Zelfreflectie wordt vaak verward met inschikken. En aanspreekbaarheid met beschikbaarheid. Alsof volwassen professionaliteit betekent dat je alles moet aannemen wat een ander aanreikt. Elke suggestie, elk ongemak, elke conclusie. Alsof je pas ‘open’ bent wanneer je niet filtert wat er binnenkomt. Alsof grenzen automatisch verdacht zijn, en nuanceren al snel voelt als weerstand. Maar een filter is geen muur. Het is onderscheid.
Niet aanspreekbaar zijn klinkt als zwaar verwijt. Het suggereert geslotenheid, defensiviteit, gebrek aan leervermogen. Het wordt gebruikt als een soort eindconclusie, alsof er iets fundamenteels mis is met iemands houding. Maar opvallend genoeg gaat het verwijt zelden over concrete situaties. Zelden over één helder moment waarin iemand feedback kreeg en die afwees. Het verschijnt juist vaak in omgevingen waar spanning is, waar normen diffuus zijn en waar mensen zoeken naar manieren om ongemak te plaatsen.
Daar zit een belangrijk onderscheid onder dat niet altijd scherp genoeg wordt gemaakt. Feedback is input van buiten. Aanspreekbaarheid is het gedrag dat daarop volgt. Zelfreflectie is het innerlijke proces dat daarna plaatsvindt. En tussen die stappen hoort iets te zitten wat zelden wordt benoemd, maar in de praktijk allesbepalend is: begrenzing.
Niet elke vorm van feedback is namelijk feedback. Soms is het ruis. Soms is het frustratie. Soms is het een gevoel dat nergens heen kan en daarom op een persoon wordt gelegd. Soms is het een conclusie zonder waarneming, een verhaal zonder check. In zulke situaties wordt niet iemand aangesproken, maar wordt er iets gedropt. En zodra iemand daar een grens op zet, ontstaat een merkwaardig effect: de grens wordt het probleem.
Dan verschuift de definitie van aanspreekbaarheid. Het is niet meer openstaan voor concrete, professionele feedback. Het wordt alles aannemen wat een ander aanreikt. Elk signaal, elke suggestie, elke interpretatie. Zonder toetsing. Zonder norm. Zonder helderheid. En hoe vager de feedback, hoe groter de kans dat het geen gesprek opent maar een label plakt. Niet over gedrag, maar over iemand.
Daarmee raakt ook het begrip zelfreflectie besmet. Want zelfreflectie is niet het automatisch dragen van alles wat binnenkomt. Zelfreflectie is het zorgvuldig onderzoeken van wat van jou is. Het vraagt júist om onderscheid. Om de bereidheid om te kijken, zonder meteen te slikken. En precies dat is wat in veel systemen ongemakkelijk is: iemand die niet direct meebeweegt met ruis, maar vraagt om concreetheid. Iemand die niet dichtgaat, maar het gesprek terugbrengt naar zuiverheid.
Het is daarom interessant hoe mensen die grenzen stellen, worden geframed als niet aanspreekbaar. Terwijl begrenzen juist kan betekenen dat iemand wél aanspreekbaar is, maar alleen onder professionele voorwaarden. Niet voor beeldvorming, wel voor feiten. Niet voor suggestie, wel voor voorbeelden. Niet voor geruchten, wel voor directe gesprekken. Niet voor ruis, wel voor zuivere feedback. Niet uit weerstand, maar uit zorgvuldigheid. Omdat je soms eerst samen moet onderzoeken wat er nu écht aan de hand is, voordat helder wordt waar verantwoordelijkheid hoort.

