Ik hoorde laatst iemand zeggen dat hij een gesprek begon met de vraag: gun je mij een eerlijk conflict? Die zin bleef hangen. Niet omdat hij scherp was, maar omdat hij zacht was. Omdat hij geen aanval inhield, maar een uitnodiging. Een uitnodiging tot ontmoeting.
We zijn geneigd conflict te zien als iets zwaars. Iets wat schuurt, escaleert, beschadigt. Iets wat je liever vermijdt. In organisaties misschien nog wel meer dan daarbuiten. Daar waar samenwerking en harmonie vaak hoger worden gewaardeerd dan spanning, twijfel of verschil.
Maar wat als conflict niet het probleem is? Wat als juist het vermijden ervan ons verder van elkaar afbrengt?
Wat wij vaak conflict noemen, is in werkelijkheid een zichtbaar verschil. Een verschil in perspectief, in tempo, in behoefte, in waarden. En dat verschil wil gezien worden. Niet om het glad te strijken, maar om het serieus te nemen. Om het te onderzoeken. Om het te laten bestaan.
In de Transactionele Analyse wordt gesproken over drie posities van waaruit mensen communiceren: Ouder, Kind en Volwassene. In de Ouder schuilt het oordeel, de norm, de correctie. In het Kind het aanpassen, het terugtrekken, het verzet of de gekwetstheid. In de Volwassene de helderheid, het onderzoek, de gelijkwaardigheid. Eerlijk conflict, of misschien beter: echte ontmoeting, ontstaat alleen in die laatste positie. In de Volwassene. Daar waar ik kan zeggen: dit zie ik, dit voel ik, dit denk ik. Klopt dat voor jou? Zonder beschuldiging. Zonder verdediging. Zonder macht.
Toch is dat precies wat zo moeilijk is. Want echte ontmoeting vraagt iets ongemakkelijks: dat we zichtbaar worden. Dat we ons niet verschuilen achter rollen, procedures, hiërarchie of collectief. Dat we spanning niet wegduwen, maar dragen.
Wanneer die ontmoeting uitblijft, ontstaan omwegen. Informele circuits. Ruis. Stilte. Praten over in plaats van praten met. Niet omdat mensen slecht zijn, maar omdat eerlijk contact kwetsbaar maakt. Omdat het moed vraagt om te blijven staan in wat schuurt. Niet door harder te worden, maar door zachter te blíjven. Ontmoeting betekent niet dat we het eens moeten worden. Het betekent dat we elkaar werkelijk zien. Dat we verschillen niet wegpoetsen, maar erkennen. Dat we spanning niet als bedreigend ervaren, maar als ingang tot verdieping.
Misschien mogen we elkaar vaker die vraag stellen: gun je mij een echte ontmoeting? Niet om gelijk te krijgen, maar vooral om elkaar niet kwijt te raken.

